Saturday, June 23, 2007

kotsende kwakende kikkers

Ik.ben.een.ramp. Las ge het? Een ramp! (geen vamp).
Ik was zo graag languit blijven liggen * gist-eren * op die hoogste duinen met een prachtige zonsondergang en in dat prikkende gras dat mijn blote voetzolen belaagde. Daar staan en de tijd vergeten. Mijn persoonlijke kleurrijke luchtledige luchtbel. Twee dagen. GSM uit. Zonder internet zonder boeken zonder brievenbus en zorgen. Enkel ik en mijn ego en mijn psyche en mijn storm, mijn strandvouwstoel en een fles porto en een doos krakotten. Nu terug, ik kom van Mars! 35 nieuwe mails, opgeteld met onbeantwoorde mails van dagen, geen teruggeSMS, teruggebel, teruggemail: ho maar mateke, dat lukt me niet! leegheid en laksheid - Alert! Ik ben slavin van iets wat ik haat+hoe kan dat nu? Want het lukt me steeds minder. Dingen regelen, dingen in orde brengen, het geen agenda hebben 'uit principe' en zien dat het leven niet meer zonder lukt. Wat haat ik het allemaal! Het ik-zou-nog-dit-en-dat moeten doen en dan gebeurt dit en dat maar wanneer doe ik dit en dat dan? En dan? EN DAN?
En *omgeven* van goed-nieuws-shows. Familiedrama's in de keuken buiten beschouwing gelaten.
Sprekende oninteressante mensen op straat, in de bib, op de trein en ik als zoutpaal. Walg, kots. Kotsen van mezelf en mijn grapjes en zenuwachtig-gefrustreerd gehinnik. Afgestudeerd? Misschien. Liefst niet. En dan? Steeds dezelfde antwoorden en met ieder antwoord voel ik me een nog nietiger nul dan ik al was. Verschrompelend en verkleinend en gereduceerd tot een klein opeengepropt bolletje nulheid - mijn naam is zandkorrel. Op zich al onbenullig in het geelwitte van de duin waar ik op lag, en wat moet dat dan niet op wereldschaal geven?
Laat me raden. Of nee... laat maar.

Ik sta op een helling en ik val vooruit terwijl ik niet wil, terugkeren kost me moeite en de hele wereld lijkt die berg af te glijden (wat lijkt het gemakkelijk), lopen (wat doelbewust), schuiven (oeps, nou ja) en hinkelen (kijk, wat ben ik blij). En dan ik met mijn lompen en met sandalen waarvan de zolen al lang afgesleten zijn.

En dat de persoon die ik momenteel het meeste nodig heb me laat staan vanavond, alleen daar in dat grauwgrijsgroen licht met een stella in mijn hand bij Maurice.
Ik heb zoveel te zeggen maar ik zeg zo weinig, omdat bij alles wat ik zeggen * overgeven* wil weet dat het de anderen toch niet zo raakt als het dat doet bij mezelf. En dat het pijnlijk is, de conclusie dat je nooit iemand vinden zal die je hierin begrijpt. Geef het op, dat idee, de wereld is één grote egoïstische kloteboel. Omdat niemand ooit je hele eigenwervelwinderige zelf kan vatten en niemand ooit de moeite verstaan kan dat ieder woord me kost wanneer ik alle opgaven waar ik nu voor sta wil uitleggen. Dus hou ik mijn mond. En word ik ziek van mezelf. Vreet het zich naar binnen, gelijk cyaankali, vergiftigt het mijn buik en mijn hoofd en het laatste dat ik denk is: niet ik, niet ik! IK BEN ZO NIET!
Wetende dat het uiteindelijk jijzelf bent die beslissen moet en je dan ook NIETS LIEVER wilt dan dat, maar dat het niet gaat, niet gaat. het gaat niet, het gaat, het gaat... niet.

Tot wanneer de kurk van mijn fles getrokken wordt en het stinkende aroma dat heel dat verfoeilijke gistingsproces teweeggebracht heeft merkbaar wordt voor degene die mij zo graag drinken wil. LOOPT WEG GIJ ALLEN! Vlucht voor het te laat is!! (bende losers, denk ik dan, terwijl de grootste loser hier toch wel ikzelve ben)

Wat een kloteboel,
toch?
en het verandert nooit.
nooit
nooit.

(point final)

2 comments:

Soet said...

Exact

Anonymous said...

Het doet me daaraan denken...

Het ene zoeken

is altijd het andere vinden.

Dus om iets te vinden,

moetje iets zoeken dat er niet is.



De vogel zoeken om de roos te vinden,

de liefde zoeken om ballingschap te vinden,

het niets zoeken om een mens te ontdekken,

naar achteren gaan om vooruit te komen.



De clou van de weg

ligt niet zozeer in zijn splitsingen,

zijn verdachte begin

of zijn twijfelachtige einde,

maar in de bijtende humor

van zijn tweerichtingsverkeer.



Men komt altijd aan,

maar altijd elders.

Alles gaat voorbij,

maar de andere kant op.

(Roberto Juarroz)